VoltigerenTijdens het voltigeren, loopt de deelnemer eerst naast het paard. De deelnemer leert het ritme van het paard kennen en probeert hierin mee te gaan. Concentratie is hier van belang.

Als zowel het kind als het paard zijn opgewarmd, kan het kind op het paard zitten. Het kind rijdt zonder zadel of hoofdstel. Het kind zit op een pad (zadeldekje) en kan de voltigesingel vasthouden voor het evenwicht.  Ik sta in het midden en stuur het paard terwijl het kind oefeningen kan doen.

Door de driedimensionale beweging van het paard in zowel stap, draf als galop zorgt dit voor een specifieke uitwerking op lichaam en geest. Het evenwichtsgevoel wordt constant aangesproken. Op het paard zijn er tal van mogelijkheden die wellicht aansluiten bij de hulpvraag. Mogelijk is ook dat ouder en kind met de voltigesingel op het paard zitten.